Verzoek
om herziening besluit N629

Voormalig
wethouder René Roovers stuurt brief naar Gedeputeerde staten van de
Provincie Noord-Brabant

Dongen, 8
juli 2016.”De procedure bij de keuze voor de N629 door ‘t Blik is
zeer onzorgvuldig verlopen “dat zegt voormalig raadslid en
wethouder voor de SP in Dongen. Roovers vindt dat de
gemeenteraad van Dongen zelfs op het verkeerde been is gezet. De
beweringen worden met argumenten omkleed en staan verwoordt in een
brief aan de provincie. In die brief verzoekt de Dongenaar die ooit
zelf in Provinciale Staten van Noord-Brabant zat de provincie het afgelopen week genomen besluit voor de keuze van
Bundeling Noord terug te draaien en de juiste weg te bewandelen. “
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald “zegt Roovers
tegenover deze krant .Mocht de provincie hiertoe niet bereid zijn zal
dit besluit bij de eerst volgende mogelijkheid voorgelegd worden aan
de rechter. René Roovers schroomt niet om dan naar de rechter te
stappen. De brief wordt doorgestuurd naar Dongense burgers en
organisaties. Roovers : “Veel Dongenaren zijn ongerust over de
teloorgang van de natuur en milieu in de omgeving van Dongen. Dongen
zal door de aanzuigende werking van de weg en het verlies aan natuur
voor vele jaren extra belast worden. Dit terwijl Dongen nu op de
Atlas Leefomgeving al zeer matig scoort. Zij kunnen het verzoek aan
de provincie ondersteunen onder het motto Handen af van de
Duiventoren en ‘t Blik. “ De brief en handtekeningenlijst wordt
rondgestuurd en is te vinden op de facebookpagina ‘Handen af van de
Duiventoren’.
In de Provincie Noord-Brabant zijn door de Partij
van de Dieren al vragen gesteld over het ontbreken van de
noodzakelijke milieuargumentatie bij de keuze van de bundeling Noord.

HIERONDER DE OPEN BRIEF VAN ROOVERS


Aan
Gedeputeerde Staten


van de
Provincie Noord- Brabant


Afschrift
aan Provinciale Staten van Noord-Brabant,


Gemeenteraden
van Dongen en Oosterhout.


Dongen, 8
juli 2016


Betreft:
verzoek tot herziening procedure en besluit tracékeuze Bundeling
Noord voor N629


Geacht
College,


Op dinsdag
28 juni j.l. nam U een besluit over het tracé voor de
N629-Westerlaan. U koos als bevoegd gezag in navolging en op advies
van de gemeenteraden van Oosterhout en Dongen (Nieuwsbrief N629 juli
2016) voor het voorkeurstracé Bundeling Noord.


Hierbij
verzoek ik u, mede namens onderstaande ondertekenende organisaties en
burgers, dit standpunt te herzien vanwege onderstaande redenen:

1.
Besluitvorming zonder milieuonderzoeken


Bij de
totstandkoming van dit besluit is niet de noodzakelijk procedurele
zorgvuldigheid in acht is genomen. Een tracékeuze kan pas worden
gemaakt als de m.e.r.-procedure correct en volledig is doorlopen en
de gegevens in het MER redelijkerwijs aan het uiteindelijke plan of
besluit ten grondslag kunnen worden gelegd. Een verweer dat provincie
en gemeenteraden alleen hebben ingestemd een voorkeursalternatief en
niet met de definitieve variant snijdt geen hout. Er is immers
duidelijk gesteld, dat dit de te verwezenlijken variant betreft. Het
voorkeursalternatief wordt uitgewerkt naar een specifiek ontwerp.
Onder andere wordt de meer exacte ligging van het tracé bepaald
waarbij alleen nog eventuele mitigerende (zoals geluidschermen) en
compenserende maatregelen (zoals natuurcompensatie) uitgewerkt worden
(zie Nieuwsbrief juli). Het tracé ligt echter volledig vast.
Blijkbaar doen de uitkomsten van het MER er niet meer toe.


Het niet
beschikbaar zijn van de informatie van het MER bij de besluitvorming,
heeft in uw Staten tot vragen geleid en bij de besluitvorming in de
gemeenteraad van Dongen is de Raad hierover zelfs op het verkeerde
been gezet. In navolging van de gemeente Oosterhout, nam de
gemeenteraad van Dongen op 9 juni j.l. haar besluit om in haar advies
aan u, in meerderheid te kiezen voor Bundeling Noord. De praktijk
leert dat adviezen van betrokken gemeenten meestal door u overgenomen
c.q. zwaar meegewogen worden. Bij de behandeling van het
raadsvoorstel stond de MER, in tegenstelling tot de bewering van het
college van B en W (zie voetnoot ), niet ter beschikking van de Raad.


Helaas
heeft de gemeenteraad van Dongen dus bij de totstandkoming van haar
advies voor de definitieve keuze van de tracé-variant wezenlijke en
wettelijk verplichte informatie niet mee kunnen wegen en is zij
daarbij door het college van B en W zelfs op het verkeerde been
gezet.


2. Omissie
te onderzoeken alternatieven MER

Ingevolge
artikel 7.7, eerste lid van de Wet milieubeheer staat dat in het MER
de ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen’ alternatieven moeten
worden beschreven. Wanneer een alternatief moet worden aangemerkt als
‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen’ is in de wet zelf niet
nader gedefinieerd, maar in de praktijk heeft dit inmiddels wel een
redelijk vastomlijnde invulling gekregen. In haar uitspraak van 21
juli 2009 heeft de Raad van State aangegeven welke alternatieven in
het milieu-effectrapport minimaal onderzocht moeten worden. Dit is,
zo luidt de uitspraak, afhankelijk van de omstandigheden van het
geval en de vraag moet beantwoord worden in het licht van artikel 7.7
van de Wet milieubeheer. Gelet op het doel van het MER en de
bepalingen omtrent de inhoud volgt dat in een MER uitsluitend
alternatieven hoeven te worden beschreven die, wat betreft de
gevolgen voor het milieu die daarvan redelijkerwijs zijn te
verwachten, mogelijk tot relevante verschillen kunnen leiden.

Blijkens
de NRD wordt aan
aan
deze
wettelijke eis om alle ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen
alternatieven
te onderzoeken’ niet voldaan. Het alternatief ‘parallel noord’,
welke in eerder onderzoeken als MMA en
als voorkeurstracé werd
aangemerkt wordt namelijk niet opgenomen in de te onderzoeken
alternatieven. Zonder een onderzoek naar alle relevante
alternatieven, kunt u geen gedegen besluit nemen over het tracé.
Deze zorg is door
veel indieners van een zienswijzen
op de NRD reeds verwoord,
maar daarop is geen duidelijke reactie gegeven. Graag horen
we
alsnog gemotiveerd waarom dit voorkeursalternatief niet is opgenomen.


We
verzoeken u hierbij dan ook de gevoerde procedure te herzien en op te
knippen in een gedeelte waarin alle varianten vanuit de MER worden
gewogen en op basis waarvan en pas dan, tot een definitieve
tracékeuze te komen en daar alle betrokkenen bij te betrekken. Op
die manier wordt het wettelijk instrument MER ingezet waarvoor deze
is bedoeld, een gewogen vaststelling van milieueffecten van alle
verschillende varianten.


Mocht u
hiertoe niet bereid zijn (omdat u anders dan wij van oordeel bent dat
de procedure voldoende zorgvuldig zou zijn verlopen) dan zullen wij
niet aarzelen dit in de eerste mogelijkheid van de formele procedure
die ons ter beschikking staat (PIP) aan te kaarten en te laten
toetsen door de rechter. U kunt deze brief dan als een aangekondigd
(voor)beroepschrift beschouwen.

Milieuargumenten
als ondergeschoven kind


Het lijkt
me duidelijk dat er nog grote vraagtekens zijn bij het MER en de
keuze voor het voorkeursalternatief. Zeker omdat dit
voorkeursalternatief blijkbaar in eerdere fase van besluitvorming
niet op enige goedkeuring kon rekenen. GS bepaalde de Parallel Noord
als voorkeurs alternatief op basis van een MER uit 2011. Het college
van B en W van Dongen bij monde van de verantwoordelijke wethouder
van Beek stelde bij de behandeling in de Raad dat de Bundeling Noord
nu als nieuwe variant ter tafel kon komen omdat citaat: ‘men
tegenwoordig anders tegen de relatie verkeer en milieu aankijkt. In
een eerdere fase van de besluitvorming werd nog gevonden dat de
natuur niet aangetast mocht worden en nu denkt men daar anders over’
einde
citaat. Daarom kan men nu tot het eindoordeel komen dat er wel een
weg door een gebied als het Blik (onderdeel van de Ecologische
Hoofdstructuur) getrokken kan worden, aldus de gemeente Dongen.


Graag hoor
ik van U of U deze bewering van het college van B&W van Dongen
over een gewijzigde visie over de relatie milieu en verkeer deelt en
of deze bewering gestaafd wordt door wijzigingen in het provinciale
beleid en welke beleidswijzigingen dat zijn?

Samenvattend:
Dongen scoort nu al zeer matig in de door de Provincie gepresenteerde
Altas Leefomgeving en deze weg, aangelegd door een natuurgebied, zal
dit door haar aanzuigende werking alleen maar verergeren. Ik beschouw
dit tezamen met het ontbreken van aan alternatieve visie op de
ontwikkeling op het verkeer b.v. via verkeer over water, als een
keuze die de natuur en milieu van Dongen en haar inwoners voor
tientallen jaren extra zal belasten. Het is onaanvaardbaarder dat
milieuargumenten op deze manier als een ondergeschoven kindje in de
besluitvorming aan de kant worden geschoven. Beter ten halve gekeerd
dan ten hele gedwaald.


Graag hoor
ik uw reactie en zie ik graag de inhoudelijke MER tegemoet.


1)Bij
de raadsbehandeling stelde de verantwoordelijke wethouder van Beek
dat de MER en de milieuargumenten zwaar moeten meewegen en dat hij
citaat – ‘de
uitkomst van de MER als bindend beschouwt’
– einde citaat. Hij stelde, citaat: ‘De
MER heeft ter inzage had gelegen. Ik heb begrepen dat er weinig
mensen gebruik van hebben gemaakt’ –
einde citaat. Uit navraag bij de griffie van de gemeente Dongen
blijkt dat de gemeenteraad hier onjuist is geïnformeerd en dat er
geen
MER ter inzage heeft gelegen.
Dat
kan ook niet, want die is nog niet vastgesteld.


2
)
Afdeling
bestuursrecht Raad van State, 21 juli 2009, nr. 200801853/1/R2

3)
Tussen
2006 en 2011 is voor wijziging van de N629 onderzoek uitgevoerd,
vastgelegd in een startnotitie, MER fase 1 en MER fase 2. In 2011 is
door GS op
basis van deze onderzoeken een voorkeursalternatief en
vastgesteld door
de provincie, te weten de ‘parallel noord’. Zie
voorstel voor algemene voorbereiding Staten van 29 maart 2011.